De laatste rebelDe laatste rebelTijdens de recente Retromobile in Parijs werd op uitermate beeldende manier een droeve toekomst voor de verbrandingsmotor voorspeld. Robbert Moree vertelt.

Thierry Farges, autogek en event-manager van Retromobile, neemt ons mee naar de toekomst, naar 2085, met een verhaal over een legendarische overlever. Naar een tijd waar verbrandingsmotoren al 20 jaar verboden zijn. Enkele auto’s, de hele bijzondere, mogen hun dagen slijten in musea, waar ze vooral doen waar ze niet voor gemaakt zijn, immobiel zijn. Alle andere zijn gedemonteerd en hergebruikt. Eén kleine rebelse auto trotseert het rijverbod, zo vertelt Farges. Officieel is ook deze illustere auto sinds lang verdwenen van de gezuiverde wegen, toch wordt ze af en toe nog gespot. Ooggetuigen weten te melden dat het een vroege Citroën 2CV moet zijn, die een enkele keer in afgelegen departementen van Frankrijk wordt gezien.

De laatste rebel

De laatste rebel

 

De laatste rebelTussen de bergen en bossen liggen nog enkele smalle wegen en modderpaden die moeilijk te monitoren zijn. Het ontbreken van elektronica aan boord van zo’n 2CV maakt ze onzichtbaar voor moderne scanapparaten. Haar kleur is vaal en daarmee niet zichtbaar op satellieten, haar kleine motor wordt niet opgepikt door thermale scans. De techneuten en ingenieurs balen als een stekker in het kwadraat. Ze staan nergens met al hun innovatieve techniek. Als laatste redmiddel wordt een oude stroper binnengehaald, die zijn leven lang moeilijke prooien heeft weten te pakken. ‘Als je een simpele auto wil vangen’, zo beweert de beste man, ‘dan moet je een simpele val hebben’. Zo gezegd, zo gedaan. De stroper kent zijn vak, waaronder de literatuur over de muizenval van James Henry Atkinson. Hij piekert een tijdje en maakt vervolgens een val zo groot dat er een complete auto in past.

Om een muis te vangen, moet je kaas hebben, maar wat voor een wilde auto? In de kelder van een museum wordt een oude jerrycan hoogst ontvlambare en stinkende vloeistof gevonden, ‘benzine’ staat er op het verweerde etiket. De stroper ruikt met weemoed aan het onwelriekende goedje en krijgt zo zijn bedenkingen. Zou het niet beter zijn zo’n laatste reliek uit een ver verleden met fossiele brandstoffen met rust te laten? Haar laatste dagen zijn immers toch geteld, door de roestduivel die ongetwijfeld steeds meer greep op de 2CV zal krijgen. De autoriteiten zijn onverbiddelijk, de stroper moet doorzetten, doen wat er gedaan moet worden. Er is geen tijd meer voor nostalgische beslommeringen.

De laatste rebel

De laatste rebel

 

De laatste rebelHet is in de ochtendschemering dat op een kruising van twee verlaten paden in een diep dal nabij waar de 2CV recentelijk nog is gezien de val wordt gezet. Niet lang daarna wordt het typische snorrende geluid van de 2CV-boxer voor het eerst in lange tijd gehoord. Haar zwakke gele lichtbanen, vaag zichtbaar in de ochtendmist, verlichten de jerrycan met benzine. Alsof de 2CV haar koplampen niet kan geloven! Benzine! Heel even lijkt de rebelse auto te aarzelen, dan overwint de dorst en snelt ze naar de jerrycan. Een vreselijk geluid van metaal op metaal schreeuwt door de ochtendlijke stilte, gevolgd door een korte, laatste snerp van scheurend staal. De oude stroper en de toegesnelde vertegenwoordigers van het controleorgaan zien nog net de laatste stuiptrekkingen van de rebelse 2CV, de laatste der fossiel gestookte automobiele Mohikanen. Langzaam doven de koplampen uit, lekt er wat olie uit de motor, een laatste putje in de uitlaat. De laatste 2CV, een auto die haast onsterfelijk leek, is niet meer. Een legende is geboren. Het einde van de laatste auto in het wild. Het verhaal wil dat er niemand in de 2CV zat…

De laatste rebel

Thierry Farges heeft bij zijn verhaal een natuurgetrouwe kopie van het laatste moment van de auto met verbrandingsmotor laten maken. De sculptuur staat centraal op de beursvloer van Retromobile 2019. Een wrang doch passend eerbetoon aan de verbrandingsmotor. Aan de vrijheid. Aan de overlevers.
Robbert Moree

De laatste rebel