Op onze reizen door Europa verdwaalden we recent in het Zweedse Trollhättan. Bakermat van het ter ziele gegane Saab. Een verslag vanuit het Saab Bil Museum willen we u niet onthouden.

Zweden, land van eindeloze wouden en spiegelende meren. Ze rijden er met dikke Amerikanen en bouwen zelf auto’s waar zelfs Woody Allen zonder therapie in durft te stappen. Althans, dat deden ze, voordat de economie roet in het eten kwam gooien. Volvo overleefde dankzij de Chinezen en Saab, ach Saab, de ondergang van het eigenzinnige merk uit Trollhättan heeft diepe wonden geslagen in de autowereld. Voor de argeloze toerist is het wat saaie industriestadje ten noordoosten van Göteborg geen echte trekpleister, voor de echte petrolhead is een bezoek aan het Saabmuseum een must.

Onder aan de ‘Slussar’, de sluizen die het hoogteverschil in de Göta Alv overbruggen, bevindt zich een museumpark gewijd aan Zweeds vernuft. In een wat anoniem bakstenen fabrieksgebouw zijn het Innovatum en het Saab Bil Museum ondergebracht. Een aantal ogenschijnlijk lukraak geparkeerde Saab automobielen leiden naar de juiste ingang, die van het automuseum. De strak ingerichte entree probeert meteen te verleiden met een kleine shop, de aanblik van een dofzwarte, gestroomlijnde auto trekt de meeste aandacht. ‘UrSaab’ staat er te lezen op de typische witte kentekenplaat. Dit is hem, dit is het prototype van de allereerste Saab in al zijn glorie.

Een eerste ronde door het museum geeft een idee van de ontwikkeling van Saab. Svenska Aeroplan Aktiebolaget begint in 1937 met het bouwen van vliegtuigen, tien jaar later wordt het prototype van een kleine, gestroomlijnde auto gepresenteerd, de UrSaab. Naast de opvallende vormgeving heeft de auto een dwarsgeplaatste tweecilinder tweetakt motor, voorwielaandrijving en een zelfdragende carrosserie. Het is de aanloop naar de eerste productie-auto van het merk, de Saab 92. Hij staat hier in het mosgroen, die 92, als eerste in de rij. 92, 93, 96, de 95, lang Saab’s enige stationwagon in het gamma, de 99 en de 99 CombiCoupé. Het zijn de Saab’s die het merk gemaakt hebben. Die iedereen ook als een Saab herkent.

De ultieme doorontwikkeling, de 900, waarmee Saab tegemoet kwam aan de strenge Amerikaanse veiligheidseisen, is terug te vinden aan de andere zijde van het gebouw, waar de ontwikkeling van de Saab Turbo chronologisch staat opgesteld. Van 900 tot de allerlaatste 9-5 wordt de turbotechniek die Saab sinds het einde van de jaren zeventig kenmerkt uitvoerig uit de doeken gedaan. Toch zijn het niet de turbomodellen die de boventoon voeren in de rij met sportieve exploten. Hier zijn het de rallysuccessen van de vroege tweetaktmodellen, de 96 en de breedgeschouderde 99. Hier herken je ook meteen de opvallende spagaat tussen de sportieve aspiraties van het merk en die eeuwige drang naar veiligheid.

Veiligheid is altijd een thema bij Saab. Opengewerkte modellen op ware grote geven aan hoe toonaangevend Saab altijd geweest is op dit vlak. Al sinds die eerste kleine zwarte Saab. Tijd om de camera boven te halen, om een idee te schetsen van al het moois dat hier te zien is. Een tweede ronde door het museum, op zoek naar details, naar een manier om goed weer te geven wat de lezer hier allemaal mist. Wat de autowereld allemaal mist sinds het faillissement van Saab Automobile AB in 2011. Pas wanneer ik naar buiten ga dringt het tot me door. Hij is verdwenen. Het zwarte kleinood, de UrSaab. Koortsachtig blader ik terug door mijn foto’s. Niets. Toch heb ik hem gezien, ik weet het zeker. Verdwenen, maar niet vergeten. Glömska is Zweeds voor vergetelheid, iets waar Saab mede dankzij dit museum nog niet voor hoeft te vrezen.
Marc GF Zaan