Het pièce de résistance van het Circuit des Remparts d’Angoulême is ieder jaar opnieuw de moordende strijd tussen de pre-war Bugatti’s. Dit is waarom.

Pre-war racen wordt hier ter burele een warm hart toegedragen. Begrijpelijke techniek, ambachtelijk geproduceerde machines en echte heroïek op het circuit. Een kleine Austin 7  special is minstens zo opwindend als de waanzinnige racende vrachtwagens van W.O. Bentley. Frazer-Nash, Vauxhall, Alvis, Riley, Amilcar, Salmson, Delage, de lijst van merken en specials is schier eindeloos. In september zakken wij steevast af naar het Zuid-Franse Angoulême voor een weekend klassiek racegeweld, met als absoluut hoogtepunt de jaarlijks terugkerende strijd tussen de Bugatti’s. Als er één merk uit deze pioniersdagen van de autosport tot onze verbeelding spreekt, dan zijn het de creaties die Ettore Bugatti in de jaren twintig vanuit Molsheim op de circuits los liet.

Ook bijna honderd jaar geleden stonden successen op het circuit garant voor verkoopcijfers. Ettore Bugatti wist dat als geen ander en hoewel zijn ‘gewone’ modellen niet meteen gericht waren op de gewone man, hebben de successen van zijn racewagens de Bugatti naam een faam bezorgd die een eeuw later nog immer nazindert. De grootste successen behaalde Bugatti met de Type 35 en derivaten. Een spartaanse anderhalf zitter met een tweeliter achtcilinder lijnmotor. En wat voor motor.Een pareltje met een bovenliggende nokkenas, drie kleppen per cilinder en een vijfmaal op kogellagers gelagerde krukas, die voor die tijd fenomenale toerentallen tot 6000 toeren per minuut mogelijk maakte. De Type 35 was vanaf het eerste moment een succes op de circuits en als ik heel eerlijk ben, dan is ze dat nu nog.

Het begint allemaal met de introductie tijdens de Grand Prix van Lyon in augustus 1924. Die eerste Type 35 produceert 90 paardenkrachten, wat op een leeggewicht van 750 kg al tot geweldige prestaties leidt. Een holle gesmede vooras en kabelbediende remmen op de achterwielen houden al dat geweld alleen onder deskundige begeleiding op de baan. Nog gekker wordt het in 1925 met de Type 35C. Ondanks Ettore’s afkeer van geforceerde voeding, haalt Bugatti met behulp van een compressor liefst 128 pk uit hetzelfde blok. In de ultieme Type 35B in 1929 zelfs 138. De Bugatti is schier onklopbaar. De Grand Prix van Italië, van Spanje en ga zo maar door. Allemaal staan ze op het palmares van de Type 35. De mooiste reeks overwinningen evenwel blijft toch wel de Targa Florio, die tussen 1925 en 1929 vijf maal achtereen wordt gewonnen.

Wie ze ooit heeft zien rijden zal het zeker beamen, het geweld waarmee een Bugatti T35 tegen een helling op dendert is bijna nog mooier dan de manier waarop ze schuddend en driftend door een haarspeld glijden. De coureurs die dit prachtige materiaal op het scherpst van de snede rond een circuit durven te jakkeren zijn ware helden. Dat waren ze toen en dat zijn ze nu nog steeds. Vier smalle bandjes, die met een angstaanjagend negatief camber al dat vermogen op het asfalt brengen. Benzine op druk houden, de ontsteking bijregelen, schakelen en bijremmen met dezelfde hand en tegelijkertijd met het dunne stuurwiel al het overstuur corrigeren. Het is een feest om naar te kijken. Om te zien, te horen en te ruiken. De Bugatti T35 is een genot voor alle zintuigen.
Marc GF Zaan

Foto’s Raymond van der Meij

 

BewarenBewaren