17269606073_7d80dd9d04_kOp vrijdagochtend doe ik het raam van mijn hotelletje op de top van de heuvel waar San Marino op ligt open. Het is nog doodstil op straat, maar ik weet dat het in Rimini niet stil is. De monteurs hebben doorgewerkt om de auto’s deze ochtend weer technisch geheel op orde te hebben.

De rijders en navigatoren hebben enkele uren kunnen slapen.
Maar rond half negen zal ik een aanzwellend geronk en soms een metalig gesnerpt horen van de pre-war auto’s in de Mille Miglia die zich over wegen met haarspeltbochten en later de stijle en smalle middeleeuwse straatjes naar boven worstelen. 17267559514_2b96bcfab8_kDeze auto’s hebben de laagste startnummers, dus mogen als eerste starten.

Dat betekent dat ik nog snel even tijd heb om voor het ontbijt de bagage naar de auto te brengen, zodat we later die ochtend snel de auto’s kunnen volgen naar de lunchplek van die dag, Senegallia. Een kustplaatsje even boven Ancona. Ja, de naamgever van een Opel uit de jaren 70.

17268624134_6525ff84ce_kTerwijl ik de spullen in de auto laad, hoor ik een geronk dat alleen van een zware Mille Miglia deelnemer kan komen. Ik kijk op en zie in de verte de Mercedes SLR met nummer 722 aankomen. De auto waarmee Stirling Moss in 1955 de Mille Miglia won met een krankzinnige gemiddelde snelheid van 157,7 km/u. Nauwelijks te geloven. En die auto kwam aanrijden met Stirling Moss zelf achter het stuur! Ik vloekte binnensmonds, want ik had mijn camera in de hotelkamer laten liggen. Dan maar met de smartphone! Ik rukte de telefoon uit m’n jaszak en rende de auto tegemoet, die samen met nummer 658 (de auto van Fangio) en de 704 aan kwam rijden. Ik had de auto’s nog nooit rijdend bij elkaar gezien.

17891690391_ce8eb87cb2_kDe inmiddels 85-jarige Moss keek even naar me en richtte dan weer al zijn aandacht op het op de weg houden van de 722. Moss is enige jaren geleden gestopt met de klassieke races op Goodwood en zo, maar rijdt nog wel eens in oude auto’s paraderondjes. Hij vond dat hij niet meer goed kon presteren. Wat mij betreft geheel voorstelbaar. Ik zou nu al moeite hebben om de 300 SLR te temmen.

17891151925_0fc9115eca_k

De auto waarmee Fangio tweede werd, de 300 SLR met nummer 658, werd gereden door Hans Hermann, die ook in 1955 meereed met de Mille Miglia. Er mag hier overigens best vermeld worden dat Fangio ook een formidabele  prestatie neerzette in 1955. Waar Moss met navigator reed, was Fangio alleen en kwam slechts een half uur later binnen. Waarvan akte!

17703585670_8bb8564a9d_kDe derde auto, de Mercedes SLR met nummer 704, werd gereden door Suzie Wolf, DTM rijder voor Mercedes. Zij zag er terecht enorm blij uit. Je zou maar zo’n SLR mogen rijden!
De rondjes die Moss reed waren om te vieren dat Mercedes de 1955 Mille Miglia won met de twee SLR’s in de hoofdrol. Om die reden werd Stirling Moss, de man achter het stuur, nog eens in het zonnetje gezet. Later reed Moss ook in Siena. Helaas informeerde Mercedes de pers niet over waar ze reden met Moss, dus visten we ook daar achter het net.

17887144002_d89aac6c54_kIn San Marino is vlak voor de rijders de top bereiken, een scherpe bocht waar altijd mensen op een terrasje zitten te kijken of daar achter het lint staan te kijken. Als de rijder de bocht in één keer kan nemen, breekt er gejuich uit, wat handig is voor de verkeersregelaar beneden. Die weet dan dat hij de volgende auto naar boven kan sturen.

17890110095_4df8fd297f_kDe auto’s reden na San Marino via de kust naar Senegallia. We kwamen dar wat later aan, toen de pre war auto’s bijna allemaal weg waren en de na-oorlogse auto’s kris kras door elkaar stonden alsof het mieren waren. Sommigen ondergingen de warboel stoïcijns, anderen raakten verhit en probeerden naar voren te komen en schampten daarbij bijna andere auto’s, wat leidde tot fixe ruzies, waarbij met handen op auto’s werd geslagen. Die konden er niks aan doen, want zij zitten niet achter het stuur.

17890181635_26ed960a50_kTerwijl de teams allerlei soort voedsel naar binnen werkten (broodjes, pizza’s, zakken chips en meer fastfood achtige zaken), vertrokken de deelnemers op startnummer verder richting Rome. Wij reden vervolgens richting Toscane, om de auto’s de volgende dag in Radicofanie op te wachten.

Robbert Moree