10
Na een korte rit van het centrum van Le Mans naar het Circuit, kwam ik er achter dat het circuit veel ingangen en parkeerplaatsen kent. Die zijn niet allemaal even duidelijk aangegeven, maar na een uurtje was er geparkeerd en was de entree voor media geregeld. Het feest kon beginnen! Le Mans Classic begint een beetje op de Goodwood Revival te lijken: aan het begin veel tentjes waar je wat kunt eten en waar je allerlei zaken die geliëerd zijn aan oude auto’s kunt kopen. 

Als je daar doorheen bent begint het echte werk: de paddocks waar alle auto’s die de baan op gaan in hun eigen tijdelijke garage staan. Elke startgrid had een eigen paddock en dat maakte het mooi overzichtelijk. We beginnen met de auto’s van 1923 tot 1939, daarna die van 1949 tot 1956. Vervolgens de jaartallen 1957 tot 1961 en dan de reeks 1962 tot 1965, de jaren 1966 tot 1971 en tot slot de jaren 1972 tot 1979. Ik voel met het meest aangetrokken tot de jaren voor de tweede wereldoorlog en de eerste 15 jaar daarna. Daarna wordt het me te modern en plat van vorm, maar dat is persoonlijk. Ferrari had bij de paddocks een verzameling GTO’s bij elkaar gebracht. Een vermogen aan auto’s, waarvoor enorm veel belangstelling is. De eerste reeks foto’s gaan dus over de wedstrijdauto’s die morgen aan de start verschijnen. In de paddock staan de auto’s niet alleen te staan; er wordt ook hard aan gewerkt. Een aantal komt gewoon over de weg gereden naar Le Mans en moet nog goed nagekeken worden alvorens ze de baan opgaan. Heel wat auto’s staan op een krik en de remmerij wordt nagekeken. De raspaard motoren zijn gevoelig en vereisen veel afstelling. Daarvan dus een reportage.

21Ik ben het immens grote veld en het op Le Mans liggende kleinere Bugatti circuit op gegaan. Daar staan alle merkenclubs en oldtimerverenigingen en dat zijn er nogal wat. Porsche was met een enorme officiële stand en daar bleek dat het geen zeldzame auto is. Merkwaardigerwijs is dan de BMW klassiekerclub weer erg klein. De Britten waren zowel in persoon als qua auto’s goed vertegenwoordigd. Dus ook Britse eettentjes, Britten willen kennelijk vertrouwde waar. Een bijzonder merk voor mij was Swallow Moretti. Dat blijkt een voortzetting te zijn van de moeder van Jaguar: de Swallow side car company die door de baas van Jaguar is verkocht aan een bedrijf dat kennelijk ook auto’s is gaan maken, volgens mij op basis van de Triumph TR2. Verder Singers, Sunbeams, Rileys, maar ook oude Volkswagens. Genoeg om rond te kijken. Ook Ferrari was goed vertegenwoordigd bij de clubstands.

Meer foto’s zullen later vandaag volgen. Houd de website dus in de gaten!

Robbert Moree