In de classic scene onderscheiden we trailerqueens en de werkpaarden die ze voort mogen slepen. Stoere werkpaarden die vaak al een eigen geschiedenis meetorsen. De nobele Land Rover is zo’n voorbeeld.

Kort na het einde van de tweede wereldoorlog snakt de Britse landbouw naar een transportmiddel met een bovengemiddelde trekkracht. De oorlogsproductie heeft de Roverfabrieken achtergelaten met een flinke overcapaciteit. Het is in die lege fabriekshallen dat de gebroeders Maurice en Spencer Wilks een achtergebleven Willys Jeep uit elkaar halen, de opzet kopiëren en met die typisch Engelse eigenwijsheid hier en daar wat onderdelen verbeteren. Het resultaat van hun knip- en plakwerk is de allereerste Land Rover. Een naam gekozen omdat men verwachtte dat het voertuig veelal op het land gebruikt zou worden. ‘For the farmer, the countryman’ stond er dan ook in de eerste brochures. De verdere geschiedenis van de Land Rover is algemeen bekend. Met twee miljoen geproduceerde exemplaren is het een icoon in de autowereld geworden. Een toonbeeld van inzetbaarheid en uithoudingsvermogen. Niet voor niets rolt het laatste exemplaar begin 2016 van de band in Solihull waar het 70 jaar eerder allemaal begon. Met z’n grote wielen, vierwielaandrijving en uitgekiende versnellingsbak is het een vriend geworden van al wie zich op onbegaanbare paden waagt of zware lasten te verslepen heeft.

Daphny van den Ing’s LaRo hoeft geen zware lasten te verslepen. In het dagelijks leven is Daphny maritiem schilder en tekenaar en doet dat op zeer verfijnde wijze. Het lijkt dan ook een beetje vreemd dat juist zij zo’n voorkeur heeft voor de onbehouwen Land Rover. Eigenlijk komt het door haar vader, werkzaam in de scheepsbouw rijdt hij al vroeg een 88 inch Series II A Land Rover. Zodra het tweede kind zich aandient in huize Van den Ing wordt deze snel ingeruild voor de versie met de langere wielbasis.

Met die Land Rover reist het gezin van hot naar her. Van de tjalk die als woonhuis dient, tot de verste landen tijdens lange vakanties. Ook naaste familie is aangestoken met het virus, een oom en tante hebben een eigen 88. Helaas breekt op weg naar Duitsland een zuigerstang. Op de resterende drie cilinders wordt de auto terug naar huis gereden en opzij gezet. Later koopt Daphny’s vader de 88 en geeft hem aan zijn dan zestien jaar oude dochter. De wagen wordt flink gereviseerd, nieuwe bladveren en nieuwe schokdempers en uiteraard ook een nieuwe viercilinder. Een hardtopje maakt de auto helemaal af.

Daphny vindt dat haar Series IIA, de Bug Eye zoals dit type in de scene liefkozend wordt genoemd, niet fabrieksorigineel hoeft te zijn. Land Rovers zijn auto’s die gemaakt zijn om zwaar werk te verrichten en wie dat doet heeft nu eenmaal eelt op de handen. Zo ook haar Land Rover. De buitenkant laat vijftig jaar hard labeur zien. Iedere buts en iedere deuk heeft zijn geschiedenis, een geschiedenis die je niet weg moet willen werken. Deze auto lééft! Waar nodig schildert Daphny de auto zelf bij, met een kwastje en dat kun je zien. Dat mág je ook zien. Deze Land Rover is als een oude man met een doorleefd gelaat. Gegroefd en gebarsten maar met een ongebreidelde charme. Een eigengemaakt kunstwerkje op de hardtop maakt de wagen onmiskenbaar de hare. Een heerlijk contrast, de kunstenares die zo verfijnd werkt en in zo’n onbehouwen vierwieler rijdt. Dit is echte liefde. Een liefde die uiteraard ook door haar op papier vereeuwigd is in een serie mooie tekeningen. Eigenlijk doet ze alleen schepen, maar stilletjes trekt het tekenen van auto’s haar ook wel erg. Ze staat open voor commissies, dat u het maar weet. En door die mooie tekeningen wordt het nobele werkpaard toch eigenlijk een beetje een echte edelman. Eentje om in te lijsten.
Martin Philippo