finaleraces-2flag_cinecars_englishCircuit Zandvoort blijft een grote aantrekkingskracht uitoefenen op jong en oud. Dat deed het veertig jaar geleden en dat doet het nu nog altijd.

Het leuke aan historisch autoracen is dat het altijd weer een groot feest der herkenning is. Voor het publiek, maar ook voor de deelnemers. Een paar rimpels hier en daar, een grijze haar, een krasje, een deukje, maar altijd jong van ‘hart’. Autoracen is altijd al een spelletje voor jong en oud geweest. Martin Philippo haalt herinneringen op.

finaleraces-31Mijn eerste kennismaking met Circuit Zandvoort was de keer dat ik door een oom, die werkte bij de toenmalige Datsun importeur, in een veel te groot windjack werd gehesen en meegenomen werd om te kijken naar de verrichtingen van Han Tjan, die voor het Datsun Dealer Team in de competitie mee reed in een door Janspeed opgefokte 240Z. Nu, veertig jaar later, heet die competitie de GT4 klasse en doen de auto’s die toen reden mee in de historische klasse. Op Zandvoort was de finale race voor beide klassen, een mooie gelegenheid om weer eens net als vroeger te gaan kijken bij de training.

finaleraces-33

 

finaleraces-16De professionaliteit van de GT4 klasse zorgt er voor dat er in de paddock niet veel te genieten valt. Voor de pitsstraat staat een hele rij enorme trucks geparkeerd, van wagens en berijders valt helaas niets te zien. Op het programma staan ook races van de historische monoposto’s en gelukkig valt daarvan veel meer te bekijken. Al rondkijkend stuiten we op de oranje racer van de heer Frans Parfant, die samen met zijn dochter uit Heerlen is gekomen.

finaleraces-37Met een heerlijk Limburgs accent verhaalt Frans volop over zijn Formule Vee uit 1966. Een fotoalbum wordt tevoorschijn gehaald met op de eerste bladzijde een zwart-wit plaatje van een hele jonge Parfant naast een raceauto. Wat blijkt, Frans heeft als vijftienjarige meegewerkt aan de bouw van deze auto en was daarna de monteur van het team. Trots vertelt hij dat hij en de Vee dit jaar al vijftig jaar bij elkaar zijn. Nadat de oorspronkelijke eigenaar overleed, kon hij de auto overnemen. Hij heeft jaren meegedaan met de competitie, maar toen de Formule Vee opgevolgd werd door het grotere werk verdween de auto in de stalling.

finaleraces-40



finaleraces-25Frans gooit niet snel iets weg, aan zowat alles zitten herinneringen en die moeten immers bewaard worden. In de negentiger jaren wordt de Vee weer uit de opslag gehaald, de motor gereviseerd en het koetsje opnieuw in de originele kleur gespoten. Vanaf dan wordt er meegedaan in de historische klasse. De Formule Vee is ooit opgezet om goedkoop te kunnen racen en dat geldt nu eigenlijk nog steeds. Waar bij sommige rijders een compleet circus wordt neergezet, is dat bij Frans een heerlijk eenvoudige tent waarin gesleuteld en geslapen wordt. Alles gaat mee achter een gewone stationwagen. Meer hoeft dat niet te zijn!


finaleraces-38
Tijdens het gesprek wordt wel gewoon doorgewerkt, de acculader wordt aangesloten, de olie aangevuld en de inhoud van de brandstoftank wordt gemeten door daar een houten klerenhanger met maataanduiding in te steken. Intussen vertelt hij voluit, onder andere over de mascotte die op de auto ligt en hoe hij als jonge vent sigaretten ging halen met de racer. Gewoon door het dorp heen, de politie zei er niets van. Het is heerlijk om te praten met een mens zo vol verhalen, die ook nog eens zo boeiend verteld worden. Dergelijke ontmoetingen zijn alleen al voldoende om een dagje naar het circuit te gaan.

finaleraces-46Vanuit de tent wordt geroepen dat er een boterhammetje klaar is. Voor mij teken dat het de hoogste tijd is om nog even een rondje over het circuit te doen voor wat foto’s en om wat sfeer te proeven. Ik denk nog even terug aan die eerste keer, toen mijn bewegingen beperkt waren tot de VIP-rooms boven de pits en de balustrade daarboven. Dat heb ik nu gelukkig veel beter geregeld, zo maak ik echt kennis met de deelnemers. En dat windjack van toen, ach, dat zou nu ook niet meer zo overbemeten zijn. Helaas.

Tekst en foto’s: Martin Philippo