Pijnboomgroen stond ze te glimmen in de vroege voorjaarszon, Juultje. Liefde op het eerste gezicht. Zij moest en zou de mijne worden. Een Alfa Romeo Giulia Super 1.6 uit 1972.

Nadat mijn zwarte Alfa 155 voor de deur in Amersfoort werd gestolen, moest ik op zoek naar een andere auto. Eenmaal aan Alfa Romeo geroken was er geen weg terug. Al sinds de Italiaanse vakanties van mijn jeugd heb ik één favoriete auto, de Alfa Romeo Giulia. Dat wat hoekige model met die karakteristieke ‘deuk’ in de kofferbak, jarenlang eerste keus van de Italiaanse politie. ‘Als ik later groot ben wil ik ook zo’n auto’, dacht ik wanneer die stoere politiemannen voorbij scheurden. Nu was ik groot en op zoek naar een nieuwe auto. Maar, een Alfa van meer dan 25 jaar oud, kun je daar dagelijks mee rijden? Een telefoontje naar de Alfa club was voldoende om dat bevestigd te krijgen. Inclusief de gouden tip.

Het weekend erna met een vriendin naar Brabant. Daar stond ze, ‘Pino Verde’ met cognac kleurig skai interieur. Goed in de lak, iets verlaagd en met brede GB velgen. Een schoonheid. Ik wist in één oogopslag dat dát mijn auto was.
‘Christian’, stelde de verkoper zich voor. ‘Het is een mooi autootje, komt uit Rome en is door de vorige eigenaar persoonlijk naar Nederland gehaald. Ze is overgespoten, verlaagd en heeft een nieuwe motor. Het was een 1300, nu een 1600. Wil je een stukje rijden?’
Ik had geleerd dat je met die Alfa motoren voorzichtig moest zijn, eerst fatsoenlijk warm rijden voordat je ermee gaat gooien en smijten, dus hield ik me keurig aan de 3000 toeren limiet. Het motortje liep soepel en ook de vijfversnellingsbak schakelde makkelijk. Het proefritje duurde niet lang, ‘Juultje’ moest en zou de mijne worden. Ik kletste nog 500 gulden van de vraagprijs en sprak af de week erop de auto op te halen. Een week later ging ik met 12.500 gulden (ongeveer €5500,–) in contanten opnieuw op weg naar St. Oedenrode. De terugweg naar Amersfoort was een feest, de opgestoken duimen van medeweggebruikers waren niet te tellen en de oor tot oor glimlach niet van mijn gezicht te slaan. Ik heb mijn droomauto gekocht, gierde ik vanbinnen.

Juultje en ik konden het goed met elkaar vinden en we werden een vast stel. Ze liet me nooit in de steek, zelfs niet op koude decemberochtenden of regenachtige dagen in maart, Juultje was er altijd. Het liefst zocht ze de warmte van haar geboorteland op. In de zomer van 1999 was Juultje vijf weken lang de trouwe metgezel van mijn broer en ik. Langs binnenwegen via Trento naar Venetië, de Adriatische kust, Rome en uiteindelijk Florence, ze vond het heerlijk. Op weg naar Bologna sputterde Juul voor het eerst in onze relatie. Een scheur in een waterslang! Regelmatig de radiateur bijvullen en de watertemperatuur in de gaten houden bracht ons veilig terug in Trento. De lokale benzinepomphouder vond in zijn, alleen voor hem begrijpelijke, magazijn nog een slang die paste. Probleem opgelost. Terug op de Duitse Autobahn merkte ik pas hoe snel Juul was wanneer ze er zin in had. 180/190 Km/h was geen enkel probleem, maar echt lekker rijden was het bij 130/140. De twee dubbele Webers persten zo’n 120 pk uit dat prachtige aluminium blok. De wegligging zo strak als een huis. Niets bracht Juul van de wijs. Vandaar dat haar zusters zo populair waren bij de Italiaanse politie, de Alfa Romeo Giulia blijft een snelle wendbare auto met de beste wegligging in zijn klasse.

Twee jaar na die vakantie besluit ik in Italië te gaan wonen. Alles wat in Juultje past neem ik mee naar Rome. Helaas heeft Juultje’s verblijf in Rome maar drie maanden geduurd. Op een koude vrijdagavond in januari 2002 worden we door een onverlaat van de weg gedrukt, ik moet uitwijken, Juultje raakt met haar linkervoorwiel de stoep. We draaien twee keer om onze as en komen tegen de andere stoeprand tot stilstand, de neus tegen de rijrichting in. Ongedeerd stap ik uit, maar al snel is duidelijk dat Juultje niet meer te redden is. Het doet pijn, heel erg veel pijn. Het lot wil dat ze in Rome verkocht is en ook in Rome naar de sloop gaat. Na Juultje volgen nog legio andere Alfa’s; een Alfetta uit 1983, een 2000 Berlina uit 1974 en een Spider uit 1975. Vandaag rijd ik een Alfa 147, maar nooit zal ik nog zo’n geweldige auto hebben. Juultje was uniek.
Angelo van Schaik