img_3322Voor Peter is er maar één echte sportauto: de MG B Roadster. Een auto met hetzelfde bouwjaar als hijzelf, die hij met veel pijn en moeite beter maakte dan nieuw.

We schrijven 1980. In Eindhoven leest een 15-jarige jongen in het plaatselijke dagblad dat er een einde komt aan de productie van de Engelse MG B. Voor de jongen, Peter, is er op dat moment geen mooiere sportauto denkbaar. En dus is hij hevig teleurgesteld over het feit dat MG – de afkorting staat voor Morris Garages – ter ziele gaat.

Maar het zaadje is geplant. Vanaf dat moment is Peter vastbesloten dat hij op een goede dag eigenaar zal zijn van zo’n typisch Britse sportauto. Na het halen van zijn rijbewijs neemt hij eerst een omweg, al is zijn autocarrière vanaf het begin wel op Engelse leest geschoeid. Peter koopt een Mini, die hij inruilt voor een Triumph Spitfire. De ‘Spit’ moet op zijn beurt het veld ruimen voor een MG B GT Coupé. Inderdaad, een auto met dicht dak.

img_3336

img_3344Het merk van zijn dromen is dan overigens weer teruggekeerd aan het firmament, maar de modellen die MG in de jaren ’70 en ’90 van de band laat rollen, kunnen hem nauwelijks bekoren. De droom van een open MG B blijft. De zoektocht die volgt, wordt bemoeilijkt door het feit dat Peter koste wat kost een auto uit zijn eigen geboortejaar wil hebben. Het juiste exemplaar vindt hij uiteindelijk in München. Dat de auto in betreurenswaardige staat verkeert, mag de pret niet drukken. Peter rijdt de auto zelf naar Nederland en sleutelt hem tot het laatste moertje uit elkaar. Wat volgt is een grondige restauratie waarmee de auto in oude – lees nieuwe – staat wordt teruggebracht.

Van de MG B mogen dan misschien ruim een half miljoen exemplaren zijn gemaakt, er is er maar één zoals die van Peter. En die is daar terecht bijzonder trots op.

Rob de Boer