Reporter Martin Philippo heeft een stiekeme voorliefde voor de buitenbeentjes in de autowereld. Hij is zelfs lid geworden van de club Elk Merk Waardig. Lees hier waarom!

Wanneer je Ferrari of Jaguar heet, dan heb je fans, aanbidders. Je mooiste modellen hangen op posters die de muren van jonge-mensen-slaapkamers versieren. Boven het bed hangt een flitsende afbeelding van het topmodel. Jongens dromen over later, wanneer de leeftijd gevorderd is en de portemonnee wat ruimer. Dit is het domein van de exclusieve automobiel, de toplaag van de autowereld. Niet iedere auto heeft zo’n mooie achtergrond. Er is een grote groep auto’s die in de vergetelheid dreigt te geraken.Auto’s die weliswaar bij iedereen in het geheugen gevangen zitten, maar die bij weinigen een gevoel van vertedering oproepen.Het zijn auto’s die aan de onderkant van de samenleving verbleven. Uit een land kwamen waar vorm nog echt de functie volgde, omdat elegantie een verdorven westerse aangelegenheid was. Sommigen werden bij de introductie al als foeilelijk beschouwd en daardoor door iedereen verguisd. ‘In zoiets wilde je toch niet gezien worden?’ Anderen kregen een verkeerd imago en werden slechts geschikt geacht voor verpleegsters en oude vrouwtjes. Er zijn er zelfs, die zo verschrikkelijk slecht geproduceerd werden, dat echt niemand ze wilde hebben.

 

 

Kennen deze auto’s dan geen liefde? Is er dan niemand die op komt voor het voortbestaan van deze verschoppelingen der autowereld? Is het echt het lot van deze underdogs om anoniem en vergeten in de metaalpers te eindigen? Nee! Er is gelukkig een genootschap dat zich inspant voor deze outcasts. De club Elk Merk Waardig vormt het weeshuis waar deze roemloze voertuigen nog een thuis kunnen vinden. Hier hoeft de auto niet zeldzaam of snel te zijn. Hier telt ieder merk, hier wordt niet gekeken naar prijs of status. De club noemt zichzelf de vereniging voor vergeten en miskende auto’s. Ze viert het feit dat haar leden geen kuddedieren zijn, maar mensen die bewust kiezen voor een bijzonder gewone auto. Een keuze die ze niet maken omdat het stoer is om uitzonderlijk te zijn, maar gestoeld op de liefde voor dat ene bijzondere geval. Vaak is die liefde nostalgisch, in elk geval is die liefde blind. Want één ding is zeker, op uiterlijk wordt hier  niet beoordeeld.

Ik tref een afvaardiging van de club op Circuit Zandvoort, waar ze hard proberen nieuwe zieltjes te winnen. Waar ze een warm pleidooi houden voor hun ‘kinderen’, de verguisde automobielen van weleer. Hun plekje op de paddock is eenvoudig en sober, zoals het bij de auto’s hoort. Voor de leden zijn er bruine bolletjes met kaas en met ham, een lunch zonder opsmuk. Het enige dat hier écht groots is, zijn de liefde voor de weeskinderen en het plezier dat deze groep uitstraalt. De auto’s staan opgesteld in een cirkel. We zien Lada’s en Skoda’s, maar ook een CineCars diva in de vorm van de Volkswagen Passat van Nico Hobma. Ernaast twee nederige Ford Escorts’, een Rover 3500 en een heuse AMC Pacer stationwagon. De clubleden vertellen vol trots dat je ze niet lelijker kunt vinden dan dit. Desondanks, of zelfs juist daarom, wordt de AMC gekoesterd, ook in de staat waarin hij verkeert. Geen enkele auto verdient het om achteloos in de goot te belanden. Dat is waar de helden van EMW elke dag weer voor zorgen.
Martin Philippo