StuifzandStuifzandMartin Philippo is onze vaste reporter op Circuit Zandvoort. Aan de vooravond van een nieuw seizoen neemt hij u mee in de geschiedenis van dit roemruchte circuit.

De jaren dertig lopen alweer zowat ten einde, wanneer Burgemeester van Alphen zijn badplaats meer allure wil geven door het organiseren van een echte autorace. Het resultaat is een straatrace die veel bezoekers trekt, misschien vooral te danken aan de demonstratierondes van Mercedes en Auto Union met Von Brauchitsch en Stuk achter het stuur. Om het succes te verzilveren, zint Van Alphen op een echt circuit, even ten noorden van Zandvoort, in de duinen. Dan breekt de oorlog uit en lijkt alles anders te worden. Om het Duitse rijk tegen indringers te beschermen en kanonnen vrij schootsveld te geven, worden alle huizen in een strook van tweehonderd meter langs de kust afgebroken. Van Alphen maakt van de nood een deugd en laat het puin storten op de plek waar hij zijn circuit bedacht heeft. Tegen de bezetters zegt hij dat hij daar een Paradestrasse wil maken, voor wanneer de oorlog voorbij is. Hiermee is het fundament van Circuit Zandvoort gelegd. Nog steeds liggen de met de hand fijngeklopte stenen onder het rechte eind en de paddocks.

Stuifzand

Stuifzand

StuifzandIn 1948 wordt er voor het eerst geracet op het kakelverse circuit. Het helmgras is nog niet voldoende gegroeid om het opstuivende zand tegen te houden. Door de duinen, door het bos naar het rechte stuk, de coureurs vinden het een prachtig circuit om te racen. In deze begindagen is Zandvoort niet meer dan een geasfalteerd stuk door het duingebied, zonder enige vorm van bescherming voor rijder of publiek. Baancommissarissen communiceren met oude veldtelefoons van het leger of waarschuwen elkaar met fluitjes. Stukje bij beetje wordt de hele organisatie professioneler en worden de voorzieningen beter. Zoals de hekjes, die de fameuze Hugenholtz laat plaatsen. In 1973 komen er uitloopstroken en vangrails. Het begint er eindelijk op te lijken!

Stuifzand

StuifzandSinds het begin wordt Circuit Zandvoort gerund door een leger van enthousiaste vrijwilligers. Allemaal liefhebbers van de autosport, de baancommissarissen, de mensen die de publiciteit regelen, brandweermannen, de dames achter de kassa. Iedereen draagt een steentje bij. In de beginjaren levert dat nog wel gevaarlijke situaties op, niet iedere enthousiaste vrijwilliger is immers ter zake kundig. Men krijgt een armband om en hoort er bij. Daarom wordt in 1963 de Officials Club Automobielsport, de OCA, opgericht, zodat de organisatie wat meer structuur en alle medewerkers goede instructie kunnen krijgen. Vanaf nu staat men niet meer achter een strobaal te vlaggen, voorzien van een noodrantsoen van een paar sneden brood en een krentenbol. Toch blijft de sfeer gemoedelijk. In de jaren vijftig zijn er hooguit twee of drie raceweekenden waaronder uiteraard de Grand Prix Formule I. Tegenwoordig is er in het seizoen bijna ieder weekend wel iets te beleven, maar nog steeds wordt alles gedragen door het enthousiaste leger van vrijwilligers en hun passie voor de autosport.

Stuifzand

StuifzandEén van die vrijwilligers is Rob Petersen, uit wiens mond we dit verhaal optekenen. Rob loopt als vierjarig jongetje aan de hand van zijn vader langs het circuit tijdens de training van een Grand Prix. Een racewagen stopt en de coureur stapt uit. Het is een Lotus en de piloot is Stirling Moss. Al keuvelend wordt de jonge Petersen in de Lotus gehesen. Het is het moment waarop een leven vol autosport en toewijding aan het circuit begint. Als middelbare scholier klimt Rob op vrijdagmiddag over het hek van het schoolplein en spijbelt hij om de trainingen van zijn geliefde Formule I bolides mee te maken. Later gaat hij bij de OCA om als baancommissaris het spektakel van nog dichterbij te beleven. Wanneer Jim Vermeulen de leiding van het circuit overneemt, wordt Rob de penningmeester die van de entreegelden alle rekeningen betaalt. Later vervult hij de rol van speaker, die de bezoekers op de hoogte houdt van alles wat er gebeurt op de baan. Circuit Zandvoort loopt als een rode draad door zijn leven. Zwaaien met een vlag of vol vuur vertellen door de microfoon doet Rob Petersen tegenwoordig niet meer, dat laat hij over aan een jongere garde. De band met Circuit Zandvoort is er niet minder om geworden. Hij is zelfbenoemd archivaris van Zandvoort. Op zijn computer bevindt zich een gigantische database van historische foto’s, allemaal voorzien van labels en kernwoorden. Uit dit geweldige archief zijn ook de foto’s bij dit artikel. De geschiedenis van het Nederlandse circuit in de duinen van Zandvoort wordt in woord en beeld vastgelegd door een van de helden van de autosport. Niet een held met een helm en een race-overall, maar wél een held die de herinneringen aan de roemruchte dagen levend houdt.
tekst Martin Philippo
foto’s ©RobPetersencollection

Stuifzand