CineCars reist door de Verenigde Staten, op zoek naar de sporen van een roemrucht verleden. Vandaag het laatste deel, Studebaker heaven!

Midden in de Amerikaanse verkiezingsstrijd trok reporter Robbert Moree met zijn gezin door de Verenigde Staten. Weg van de hektiek reisden zij terug door de tijd langs diners, drive-ins en onverwachte ontmoetingen op Amerika’s ‘back roads’. Hun laatste stop: Myer’s Studebaker Parts & Repair. Over klinkende historie en een roemloos einde.

Het is een snikhete dag in juli. Ik ben met mijn gezin onderweg van een slaapplek aan het einde van de Skyline Drive door Shanandoah National Park naar Toledo in het noorden van Ohio. We rijden over local highway 60 naar Zanesville, om daar de snelweg naar Columbus te pakken, wanneer ik opeens maar liefst vier Studebakers zie staan. We moeten nog een flink stuk rijden die dag, dus eigenlijk is stoppen geen optie. Wie net als ik het echte klassieke auto-virus heeft, weet dat niet stoppen juist geen optie is. Dus parkeer ik de auto en laat, omdat het zinderend heet is, de motor draaien. Vrouwlief en de kinderen kunnen dan rustig even onder het genot van de airconditioning op mij wachten. ‘Ik ben zo terug’, zeg ik nietsvermoedend. Na een kwartiertje komen mijn vrouw en jongste zoon toch maar eens kijken waar ik blijf. Gelukkig zijn ook zij snel overtuigd dat ik weer eens op een pareltje ben gestuit.

Ik ben inmiddels druk in gesprek met Mike Myers, de mede eigenaar. Hij runt Myer’s Studebaker Parts & Repair met vader Jon en moeder Betty. Vader Jon had het autovirus al vroeg te pakken. Tijdens highschool hielp hij z’n klasgenoten al met hun technische problemen. Na zijn diensttijd verhuisde hij van Ohio naar Californië en werkte onder meer voor een Ford dealer en American Airlines. Gedurende die tijd runde hij ook een soort Avanti service center, waar auto’s voor films werden gedropt en klanten hun auto konden afhalen. Inmiddels zijn ze al lang weer terug in Ohio, waar Jon en Betty er achter kwamen dat handelen in onderdelen veel lucratiever is dan dealen met complete auto’s. Hij laat nu zelfs schaars geworden Studebaker onderdelen reproduceren.

Ik vond Mike bij een heel speciale Studebaker met compressor. Het is een Studebaker Lark Daytona Supercharged uit 1963. Er zijn er maar een handvol van gemaakt. Zijn vader is 30 jaar op zoek geweest naar een goede en die hebben ze nu gevonden en compleet gerestaureerd. Dat is de rol van Mike in de zaak. Hij is de Studebakerdokter. Hij restaureert, brengt overleden motoren weer tot leven en staat wijd en zijd bekend als de specialist die meer paarden uit het motorblok weet te halen. In de garage tref ik een klant uit Florida. Dat is toch een eind uit de buurt van Ohio, dus vraag ik of deze klant een uitzondering is. Mike legt uit dat Studebakerspecialisten schaars zijn, en dat hun klanten echt in heel de Verenigde Staten en zelfs daarbuiten zitten.

In de 19e eeuw maakte Studebaker kwaliteitsrijtuigen. Presidenten reden er mee, maar ook veel immigranten die naar het westen trokken deden dat met een wagen van Studebaker. Al in 1902 begon men met het bouwen van automobielen. De Studebakers zoals ik die ken werden gebouwd vanaf 1939. Dat zijn de auto’s die door de Raymond Loewy Studio waren getekend. Als eerste de Champion, na de oorlogsproductie komen in 1950 en 1951 de bullet nose modellen, gevolgd door de Loewy Coupé, de Hawk en de Lark. Laat ik het maar recht voor z’n raap zeggen, niet echt modellen waarvan het design makkelijk op het netvlies ligt. You either love them or you hate them. Een tussenweg is er eigenlijk niet. In 1963 zet Studebaker nog één keer de designwereld op z’n kop met de introductie van de Avanti. Ook al werd de auto wereldwijd geprezen, de markt was er nog niet klaar voor. Het betekende het einde van de Amerikaanse tak van Studebaker. In 1964 liepen de laatste auto’s liepen van de band in in South Bend, Indiana, waar de fabriek al die jaren heeft gestaan. De productie kreeg een doorstart onder de naam Avanti Motor Corporation. Onder verschillende eigenaren bouwt men verschillende modellen op onderstellen van GM en Ford. In 2006 valt het doek definitief.

Wat een verhaal. Het lijkt wel een kat met negen levens. Ondertussen hebben Mike en zijn ouders hun handen vol met het levend houden van al die modellen die dankzij Raymond Loewy’s design zijn ontstaan. En ik, ik had weer een geweldige middag daar in Ohio.
Robbert Moree