Pre-war racen lijkt een sport voor babyboomers met een dikke portefeuille. Dat is buiten Tom Waterfield en Hughie Walker gerekend, jonge honden op het circuit.

Al wie in Europa al eens een race voor pre-war klassiekers bezoekt heeft ze het afgelopen jaar vast en zeker ergens gezien. Wij komen ze tegen in het Zuid-Franse Angoulême tijdens het Circuit des Remparts midden september, Tom Waterfield en Hughie Walker. Twee opgeschoten knullen met vet haar en dito vingers, zet ze een uur in een heet bad en je kunt op het badwater racen, zo doordrongen zijn deze jongens van de Castrol olie en racebenzine. Letterlijk en figuurlijk. Een canvas rugzak met wat persoonlijke spullen en een bult gereedschap en onderdelen onder een zeiltje, dat is het kampement dat deze Britse heren opslaan in de paddock. Geen chique trailers, geen crew, helemaal niets. Gewoon met je vooroorlogse racer half Europa doorcrossen op weg naar de volgende wedstrijd, niet te flauw.

Van twee paar schoenen het beste maken, een hippie-hemd uit de kringloop, wat maakt het uit hoe je er bij loopt, als je race-overall maar aan de eisen voldoet. Wanneer je als argeloze voorbijganger het tafereel in ogenschouw neemt, die haveloze jongens vol vieze vegen die met een schijnbaar ongeïnteresseerde nonchalance een beetje aan hun auto’s lopen te pielen, dan lijkt het niet veel. Aan auto’s die er op zijn zachtst gezegd ‘gebruikt’ uit zien. Goed gebruikt. De laatste negentig jaar. Of langer. De sporen, of zeg maar littekens van jarenlang misbruik op de limiet van wat volgens de wetten van de zwaartekracht mogelijk is, laten een vermoeide indruk achter. Een beetje alsof er met geen budget toch nog zo nodig meegedaan moet worden.

Schijn bedriegt, hier moet alles wijken voor het racen. Zodra de motoren worden gestart, de antieke machines hun heerlijke dampen uit beginnen te stoten, verstrakken de gezichten. Je voelt de adrenaline, het fanatisme. Deze kerels zijn hier niet voor een paraderondje over het circuit. Wanneer bij de uitgang van de paddock de GN Dragonfly van Tom Waterfield afslaat stijgt de spanning ten top. Er wordt gekeken, geroken, geroepen en geduwd. Net zolang tot het 95 jaar oude apparaat weer grommend tot leven komt. Net op tijd. Klaar voor een verbeten strijd op het kletsnatte stratencircuit tegen de hellingen van de gefortificeerde vesting van de oude stad.

 

 

 

 

 

De Frazer-Nash Martyr van Hughie Walker is acht jaar jonger dan de GN van zijn maat. Iets kleiner en fragieler ogend ook, maar niets minder capabel om het publiek in extase te brengen. Breed uit driftend razen beide wagens door de straten van Angoulême. Dit is pre-war racen op de limiet. Van de auto’s, het circuit, maar hoogstwaarschijnlijk niet op die van deze twee jonge coureurs. Zij zoeken de grenzen van het materiaal op, vergen het uiterste van hun vermoeide machines. Bloedfanatiek! Terug in de paddock zijn de vuisten nog steeds gebald. Nog voor er wordt uitgestapt wordt de race doorgenomen. Wie er in de weg reed, wat er absoluut niet eerlijk was, de opwinding en adrenaline van een half uur vechten op de limiet. Dan dringt de werkelijkheid van een tweede plaats door. Klinken er felicitaties, veranderen de grimassen in brede grijnzen. Dit is de veelbelovende toekomst van het pre-war racen ten voeten uit.
Marc GF Zaan
foto’s: Raymond van der Meij