Een feestje op de Interclassics Maastricht 2015!
En met welke auto ga je naar een beurs waar het 80-jarig bestaan van Jaguar wordt gevierd? Een Jaguar natuurlijk. Pace en grace is de slogan van Jaguar en dat klopt nog steeds met een V8 in het vooronder van mijn Cat, een XK8 uit 2002. Snel en stijlvol snelt de Cat zich naar Maastricht voor de Interclassics. Een mooie compacte beurs, met hoge kwaliteit auto’s. CineCars mag daar natuurlijk niet ontbreken.

DSC_0443William Lyons wilde oorspronkelijk zijspancombinaties voor motorfietsen bouwen en richtte daartoe in 1922 de Swallow Sidecar Company op. In 1927 was hij al overgestapt op auto’s.
In 1931 lanceerde Lyons de SS1, de eerste in een hele reeks legendarische auto’s. Naarmate zijn auto’s steeds beter werden, ging hij op zoek naar een naam die de snelheid, ranke uitstraling en het tomeloze vermogen van de auto’s weerspiegelde. En zo ontstond in 1935 de naam Jaguar.
Toen Jaguar op de London Motor Show van 1948 zijn nieuwe XK 120 met zijn ongeëvenaarde vermogen van 160 pk voorstelde, was deze voorbestemd om een van de beroemdste sportauto’s ooit te worden. Tijdens de Motor Show van 1950 werd de Mark VII saloon gepresenteerd en opnieuw stal Lyons de show.

DSC_0352Na een verkenningsrace in Le Mans in 1950 realiseerde Lyons zich dat Jaguar alles in huis had om een succesvolle raceauto te bouwen. Hij liet zich daarom overtuigen om een volbloed raceauto te ontwikkelen.  Zo zag de XK120C (of C-type zoals hij meestal werd genoemd) het levenslicht. In 1951 werden er drie C-types gebouwd voor Le Mans. De Jaguars waren een grote onbekende, maar met Peter Walker en Peter Whitehead achter het stuur wist de C-type een opmerkelijke zege te behalen bij zijn racedebuut.

DSC_0440Intussen hadden Jaguar ingenieurs in samenwerking met Dunlop een noviteit ontwikkeld: de schijfrem. Die zou Jaguars geheime wapen worden bij haar terugkeer naar Le Mans in 1953. Met hun fadingvrije remmen konden de C-types aan het einde van de 5,6 kilometer lange, rechte ‘Mulsanne Straight’ vol vertrouwen afremmen vanaf snelheden van ongeveer 240 km/h en konden ze later remmen dan hun rivalen. Het resultaat was een klinkende overwinning met de Jaguars in eerste, tweede en vierde positie.  Meer bewijs was niet nodig om vast te stellen dat Jaguar inmiddels tot de groten der aarde behoorde en dat de XK-motor een sterk staaltje techniek was. Tegen het einde van het decennium hadden de C-type en zijn opvolger, de D-type, in het totaal vijf zeges op hun naam geschreven in Le Mans.

DSC_0419Tegen de jaren zestig had Jaguar opnieuw behoefte aan een grote doorbraak. Dat werd de E-Type, die in 1961 werd aangekondigd. Evenals de XK120 in 1948 had gedaan, was dit model een ware openbaring, die de tijdsgeest perfect wist te vatten. Een absoluut icoon en ongetwijfeld de beroemdste sportauto aller tijden. In de daaropvolgende dertien jaar werden er 70.000 exemplaren van de Jaguar E-Type gebouwd, waarvan zestig procent zijn weg vond naar de Verenigde Staten.
In 1968 was het de beurt aan de XJ6. Die was zonder twijfel de beste Jaguar saloon tot dan toe en kon onmiddellijk op heel wat bijval rekenen. Zijn vormgeving was opnieuw een meesterwerk van de hand van Lyons.  In een tijdperk waarin personenauto’s hun karakter begonnen te verliezen, wist de Jaguar een sterke identiteit naar voren te schuiven.

DSC_0434Er wordt flink uitgepakt op de beurs met een keur aan bekende Jaguars:
De Jaguar XK120 ‘NUB 120’, open tweezitter uit 1950 staat er, een model waarmee Jaguar zijn sporen in de rallysport heeft verdiend met Ian Appleyard en zijn vrouw Patricia (dochter van William Lyons) als bemanning. De twee pakten met de NUB 120 een Coupes des Alpes in de Alpine Rally van 1950 en wonnen er de RAC Rally en de Tulpenrally mee. Het geheim van het wedstrijdsucces was zijn uiterst stijve chassis, de uitzonderlijke betrouwbaarheid van zijn toen nieuwe 3,4 liter motor met dubbele nokkenas, en het lage gewicht van zijn volledig aluminium carrosserie (voor de latere productiewagens stapte men over op staal).

DSC_0382Dan staat er de Jaguar C-Type uit 1953, waarmee Jaguar zijn eerste 24 uur van Le Mans won – Met gebruik van de beproefde motor, transmissie en voorwielophanging van de XK120 ontwikkelde Jaguar een stijver lichtgewicht buizenchassis. Dat werd gemonteerd met een gunstig gestroomlijnde, fraaie aluminium carrosserie.
Vervolgens kunnen we ons vergapen aan een Jaguar D-Type XKD 606, de 1957 Le Mans winnaar – Klassieker uit de collectie van het Louwman Museum, waarmee het privé-team Ecurie Ecosse in 1957 als winnaar werd afgevlagd tijdens de 24-uursrace van Le Mans. Het Louwman Museum heeft na een langdurige restauratie die met veel gevoel voor historie is uitgevoerd, de originele componenten weer bij elkaar gebracht.

DSC_0378Uit de meer recente geschiedenis treffen  we de Jaguar Silk Cut XJR9 aan, waarmee Jan Lammers Le Mans 1988 heeft gewonnen – In 1988 toog Jaguar op volle sterkte naar Le Mans, met vijf deelnemende XJR9 wagens, elk aangedreven door de Jaguar V12-motor die 760 pk genereerde uit een inhoud van 7,0 liter. De winnende Jaguar, bestuurd door Jan Lammers, Johnny Dumfries en Andy Wallace, reed 394 rondes en legde een afstand af van 5.332,79 km. Ter vergelijking: de winnende D-type uit 1957 reed een afstand van 4397 km.De XK120 ‘NUB 120’, C-Type  en Silk Cut XJR9 worden beschikbaar gesteld door Jaguar Daimler Heritage Trust uit het Verenigd Koninkrijk.  De D-Type XKD 606 wordt geshowd dankzij het Louwman Museum uit Den Haag.

DSC_0428Maar er zijn meer fraaie Jaguars bijeengezocht door de Jaguar Daimler Club Holland: Een Jaguar Airline coupé, een bijzondere Jaguar MkII stationcar. Toen er een bestelwagen nodig was om onderdelen naar Le Mans te vervoeren, wilde het personeel een bestelbus kopen. Lyons, bekend om zijn vergaande zuinigheid, stak daar een stokje voor en gaf MKII om te bouwen tot bestelwagen. Een Nederlandse restaurateur heeft de auto opgeknapt en er een achterbank in gemaakt en flink wat luxe ingebouwd. Een bestel MKII is het niet meer, maar de auto is weer in prima staat.

DSC_0415Ook mooie verhalen over een zwarte Jaguar SS1 saloon bij een handelaar die de eerst geproduceerde zou zijn en een bijzonder prototype van een Jaguar die wat mij betreft in prima staat is, maar volgens de handelaar toch gerestaureerd moest worden. Twee oudere heren meldden dat die moderne Jaguars met al die digitale meters en ict niks was voor hen. Ze eisten dat Jaguar ook weer een auto voor de oudere generatie zou maken. Ze reden tot de huidige XJ elk jaar een nieuwe (!).
Schilder Paul Smith maakt prachtige automotive schilderijen en maakte een schilderij van William Lyons, de oprichter en grote man achter Jaguar, terwijl hij de assemblagehal bekijkt. Paul was zo vriendelijk er naast te poseren.
Robbert Moree